Rood

Rood is het eerste deel van De Mars Trilogie van New York Times-bestsellerauteur Pierce Brown. Een meedogenloos spannend debuut met de sensatie van De Hongerspelen van Suzanne Collins en Enders Game van Orson Scott Card.

Lees hieronder een kleine teaser of klik snel door voor het eerste hoofdstuk.

Reeds verschenen | € 19,99 | 448 blz.

Ik had in vrede kunnen leven. Maar mijn vijanden verklaarden me de oorlog.

Ik kijk naar twaalfhonderd van hun sterkste zonen en dochters. Ik luister naar een meedogenloze Gouden man die gezeten tussen twee enorme marmeren zuilen het woord tot de menigte richt. Ik luister naar het beest dat de vlam heeft ontstoken die aan mijn hart vreet.

‘Alle mensen zijn niet gelijk,’ zegt hij. Hij is groot en imposant, een adelaar van een man. ‘De zwakken hebben jullie misleid. Ze beweerden dat de zachtmoedigen de Aarde zouden beërven. Dat de sterken de behoeftigen moesten voeden. Dit is de Nobele Leugen van de Demokratia. Het gezwel dat de mensheid heeft vergiftigd.’

Hij kijkt de studenten doordringend aan. ‘Jullie en ik zijn Goud. We staan aan het eind van een evolutionaire lijn. Als leiders van de mindere Kleuren torenen we uit boven de menselijke vleesberg. Dit is jullie erfenis.’ Hij laat een stilte vallen, en zijn blik glijdt over zijn publiek. ‘Maar die wordt jullie niet in de schoot geworpen.’ 

‘Macht moet worden opgeëist, rijkdom vergaard. Heerschappij, gezag, territorium moeten worden veroverd met bloed. Jullie zijn kinderen. Kinderen die nog nooit een schrammetje hebben opgelopen. Daarom hebben jullie nergens recht op. Jullie weten niet wat pijn is. Jullie weten niet welke offers jullie voorvaderen hebben moeten brengen, waardoor jullie je nu in deze bevoorrechte positie bevinden. Maar daar zullen jullie snel achter komen. Weldra zullen we jullie leren waarom Goud over de mensheid heerst. En ik kan jullie één ding beloven: alleen degenen onder jullie die de macht weten te grijpen, zullen overleven.’

Maar ik ben niet Goud, ik ben Rood.

Hij vindt mannen als ik zwak. Hij vindt me dom en slap, een minderwaardig schepsel. Ik ben niet in een paleis opgegroeid. Ik heb nooit op een paard door de velden gegaloppeerd en aan banketten gezeten waar de tongetjes van kolibries werden geserveerd. Ik ben opgegroeid in de krochten van deze harde wereld. Gescherpt door haat. Gesterkt door liefde.

Hij vergist zich.

Niet een van hen zal het overleven.

Lees het eerste hoofdstuk