Morgenster

Morgenster is het derde en laatste deel van De Mars Trilogie van bestsellerauteur Pierce Brown. En het vervolg op Rood en Gouden Zoon.

Lees hieronder een kleine teaser of klik door om het boek te reserveren.

Reeds verschenen| € 19,99 | 624 blz.

Ik stijg op in het duister, weg van de tuin die ze hebben gedrenkt in het bloed van mijn vrienden.

De Gouden man die mijn vrouw heeft vermoord ligt levenloos naast me op het dek van koud metaal, zijn levensvlam gedoofd door de hand van zijn eigen zoon.

De herfstwind waait door mijn haar. Onder me brullen de motoren van het schip. In de verte doorklieven feloranje wrijvingsvlammen het duister. Dat zijn de Telemani die uit de ruimte afdalen om me te hulp te komen. Het zou beter zijn als ze dat niet deden. Het zou beter zijn als de duisternis  me verzwolg en de gieren vochten om mijn verlamde lichaam.

Ik hoor de stemmen van mijn vijanden achter me. Reusachtige demonen met engelengezichten. De  kleinste van hen bukt zich en strijkt over mijn hoofd, terwijl hij naar zijn dode vader kijkt.

‘Zo zou het verhaal altijd eindigen,’ zegt hij tegen me. ‘Niet met je kreten. Niet met je razernij. Maar met je zwijgen.’

Roque, degene die me heeft verraden, zit in een hoek. Hij was mijn vriend. Te goedhartig voor zijn Kleur. Hij draait zijn hoofd en ik zie tranen in zijn ogen. Niet omdat hij medelijden heeft met mij, hij treurt om wat hij kwijt is geraakt. Om degenen die ik hem heb ontnomen.

‘Nu is er geen Ares die je zal redden. Geen Mustang die van je houdt. Je bent helemaal alleen,  Darrow.’ De blik in de ogen van de Jakhals is ondoorgrondelijk en kalm. ‘Net als ik.’ Hij pakt een zwart masker zonder oogopeningen en met mondfilter en trekt dat over mijn gezicht. Ik zie niets meer. ‘Dit betekent dus het einde.’

Om me te breken heeft hij degenen die ik liefheb afgeslacht.

Maar mijn hoop is gevestigd op degenen die nog in leven zijn. Zoals Sevro, Ragnar en Danser. Ik denk aan al mijn mensen die zich in duisternis bevinden. Aan alle Kleuren in alle werelden, geketend en geboeid, opdat de Gouden kunnen heersen. En ik voel de woede branden in het donkere gat dat de Jakhals in mijn ziel heeft gekerfd. Ik ben niet alleen. Ik ben niet zijn slachtoffer.

Dus laat ik hem zijn gang gaan. Ik ben de Maaier.

Ik weet wat lijden is.

Ik ken het duister.

Dit betekent dus níét het einde.