Gouden Zoon

Gouden Zoon is het tweede deel van De Mars Trilogie van bestsellerauteur Pierce Brown. En het vervolg op Rood.

Lees hieronder een kleine teaser of klik snel door voor het eerste hoofdstuk.

Reeds verschenen | € 19,99 | 544 blz.

Er was eens een man die uit de hemel kwam en mijn vrouw vermoordde.

Nu loop ik naast hem op een berg die boven onze wereld zweeft. Het sneeuwt. Kantelen van witte steen en glinsterend glas rijzen op uit de rots.

Een maalstroom van hebzucht kolkt rondom ons. In ons Instituut strijken alle voorname Gouden van Mars neer om aanspraak te maken op de besten en slimsten van ons jaar. In het ochtendgloren wemelt het van hun schepen, die een wereld van sneeuw en rokende kastelen doorsnijden, op weg naar de Olympus, die ik zojuist heb bestormd.

‘Kijk nog één keer,’ zegt hij terwijl we naar zijn shuttle lopen. ‘Tot nu toe heb je slechts een glimp van onze wereld opgevangen. Zodra je deze berg verlaat, zijn alle banden verbroken, zijn alle eden niets meer waard. Daar ben je niet op voorbereid. Niemand is daar ooit op voorbereid.’

In de menigte zie ik Cassius met zijn vader, broers en zussen naar hun shuttle gaan. Met brandende blikken kijken ze in onze richting, en ik herinner mij het moment dat het hart van zijn broer voor het laatst sloeg. Een ruwe hand met knokige vingers grijpt me bezitterig bij de schouder. Augustus kijkt naar zijn vijanden.

‘De Bellona vergeven noch vergeten. Ze zijn met velen, maar ze kunnen jou niet deren.’ Met zijn koude ogen kijkt hij op mij, zijn nieuwste aanwinst, neer. ‘Want jij behoort mij toe, Darrow, en ik bescherm wat van mij is.’

Hetzelfde doe ik dus ook.

Mijn volk bestaat al zevenhonderd jaar uit slaven zonder stem en zonder hoop. En nu ben ik hun zwaard en ik vergeef niets, ik vergeet niets. Laat hem mij maar naar zijn shuttle meenemen. Laat hem maar denken dat hij mij bezit. Laat hem mij maar welkom heten in zijn huis, zodat ik het af kan branden.

Maar dan neemt zijn dochter me bij de hand en voel ik de leugens zwaar op mijn geweten drukken. Een koninkrijk dat innerlijk verscheurd is kan niet voortbestaan. Hetzelfde geldt voor het hart.